Home > Actueel > Nieuws > Toespraak burgemeester op Veteranendag

Toespraak burgemeester op Veteranendag

Op 9 juni heeft burgemeester Bearn Bilker  op de Veteranendag Friesland een toespraak gehouden die u hieronder kunt lezen.

"Soms kan de geschiedenis wel eens de lastigste tegenstander van ons worden. Elke keer wordt geschiedenis herzien, herschreven, door een andere bril bekeken. En door anderen weer anders beleefd en verteld. Of wat nog ingewikkelder is, dat men door gebeurtenissen die veel later plaats vinden, gebeurtenissen uit het verleden ineens anders beoordeelt. De Zwarte Pietdiscussie is daar een aansprekend voorbeeld van. 

Dat geldt ook voor conflicten, oorlogen, politieke kwesties. Wat vandaag als het enige juiste gezien wordt, kan later toch in een ander daglicht komen te staan, waardoor men het negatief gaat beoordelen. 
Een historisch feit uit het verleden, laat zich niet eenduidig bepalen en is ook nooit uit een enkel feit te beoordelen. Een conflictsituatie uit het verleden beoordelen, is altijd lastig. Een oorlog lijkt gemakkelijk te beoordelen. Twee vijandige wereldbeelden die tegenover elkaar staan: goed of fout. Maar zo simpel is het niet, zeker niet achteraf. We zien bijvoorbeeld dat meteen na de Tweede Wereldoorlog mensen werden beoordeeld op: je was fout of je was goed. Maar de jaren schrijden voort, en onderzoek toont aan dat het allemaal anders beoordeeld wordt. Nu kijken we veel meer naar het verhaal van de mensen die moesten overleven, zowel in Duitsland als in de bezette landen. Als men een conflict terugbrengt tot het gewone menselijke verhaal, is ook dát te eenzijdig. Dan zien we niet meer de massawerking van het totale regiem, die de ellende teweeg bracht.  

Een stevig eenduidig verhaal over oorlogen, wereldconflicten, is niet rond te krijgen. Daarom is het voor mensen van belang dat we het verhaal vertellen van ieder individu, voor zover mogelijk, maar ook absoluut de oorzaken en het context melden waarin iets plaats vond.  
Ik wil graag dat aan de hand van voorbeelden waar U mee te maken had, beschouwen.

Nederlands-Indië. We waren allemaal verzeild geraakt in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was bezet door Nazi-Duitsland, maar putte op de een of andere manier nog hoop uit het feit dat we elders nog een vrij koninkrijk vormden: in het Caraïbisch gebied en in Nederlands Oost-Indië, later Indonesië.  Maar  die hoop werd ons ontnomen, toen Japan Indië binnen viel en hardhandig optrad, juist tegen de Belandas, de blanken.  
Dat was al een nederlaag op zichzelf, dat de koloniale mogendheden werden afgestraft door een Aziatische machthebber. Zo gebeurde het dat na de oorlog, toen Japan op de knieën werd gedwongen door de atoombommen van Hirosjima en Nagasaki, Nederland oprecht meende, dat de oude verbanden en verhoudingen konden worden hersteld. We voerden principiële discussies over onze taak en missie in Indië. De tijden waren drastisch veranderd. Zo kwam het dat we geen oog hadden voor de ware bedoelingen van de strijd van de opstandelingen, die overigens overal in het verre oosten plaats vond. Het was een chaos na de capitulatie van Japan. 
Nederlanders, Chinezen maar ook Indische Nederlanders werden koelbloedig omgebracht. Deze anarchistische periode van de zogenaamde Bersiap, was aanleiding voor de Engelsen om in te grijpen. Orde in de chaos. Samen met de Nederlanders werd Indonesië toen gedemilitariseerd. Maar duizenden jonge Indonesiërs, de pemuda's, hadden de smaak te pakken en gingen via de kampongs verder met guerrilla activiteiten Het was voor de Nederlandse regering een afweging van: treed je op tegen deze uitbarstingen van terreur of zie je mogelijkheden om door middel van overleg, en politieke besluitvorming tot een oplossing te komen? Beide is getracht. Maar dat hield wel in dat Nederlandse militairen er naar toe moesten om orde te scheppen.
Ze kwamen op tijd, want net in 1947 werden steeds vooral Chinezen, die al generaties lang in Indonesië woonden, gedood. Zelf vind ik dat dit aspect veelal over het hoofd wordt gezien. Nu spreken we over de wellicht  tevergeefse missie, of de missie die niet had mogen plaatsvinden omdat we kennelijk niet begrepen, dat Indonesië onafhankelijk wilde worden en dat ook zou moeten worden. Natuurlijk, dit verlangen, dit aspect was zeer belangrijk, maar de weg er naar toe baarde ons toen zorgen. De politiek was verdeeld, dat moet worden gezegd, maar ieder was het wel eens dat de anarchie die er heerste een halt moest worden toegeroepen. Het zou allemaal grote consequenties hebben. Voor de verhoudingen tussen Nederland en Indonesië en voor de verhoudingen onderling, in families bijvoorbeeld, maar ook nu, één, twee generaties verder, in de verhalen, thuis, wat deden wij daar en waarom? En ik wil met dit historische voorbeeld waar we veel mee te maken hadden en hebben, zeggen, dat de missie tóen, misschien nú anders beoordeeld wordt, maar tóen zaten we in een tijd vol spanning en geweld, en in de Koude Oorlog, tussen twee wereldmachten in, en met gevoelens van verantwoordelijkheid paste het ons om op te treden. Dat vonden we. Dan is het zo gemakkelijk om er met de bril van nú anders tegen aan te kijken, maar dan vergeet je, dat we de uiterst complexe werkelijkheid over het hoofd zien en dat we tóen in alle verantwoordelijkheid wilden ingrijpen zoals we dat deden.   

Aan mezelf merk ik, dat ik er ook steeds verschillend naar gekeken heb en kijk. Mijn vader was als militair daar uitgezonden tot 1949. Hij keerde terug, maar praatte er nooit over, behalve dat hij het land zo mooi vond en we wisten wel in welke plaatsen hij gelegerd was. Afgelopen Pinksteren toen ik hem weer bezocht, vroeg ik hem, “weet heit nog van de tijd van de gevechten in Indonesië?” Het antwoord was weer hetzelfde antwoord als al die jaren: “Jawel, ik weet het nog wel”. Maar daar bleef het bij en daar is het altijd bij gebleven, hij vertelde er nooit echt over. Wél trok hij met mijn moeder en mij later naar toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea. Als jongetje van zes keerde ik weer terug. Jarenlang wilde ik er geen verkeerd over horen en in feite nog niet. We deden daar toch goed werk? En ik denk dat we allemaal wel zo onze opvatting over die periode hebben. 

Ik neem nu graag de vredesmissies als voorbeeld. 
Nederland heeft veel, erg veel meegedaan aan vredesmissies. De eerste was in 1913, in Albanië, met majoor Lodewijk Thomson, die er zelfs sneuvelde. De langste deelname is wel die van de UNTSO: United Nations Truce Supervision Organization, die vanaf 1948 continu toeziet op de naleving van het bestand in Israël en Palestina. Het was ook de eerste VN-toezichtmissie. Nederland doet daar vanaf  1956 aan mee, tot nu toe. 
Onze blauwhelmen zaten en zitten overal. Korea 1950-55, Congo 1960-63, Libanon 1979-85, daar zaten wel 9000 militairen, voormalig Joegoslavië vanaf 1991, Bosnië en Kroatië nog apart; 1992-1995 met meer dan 9000 militairen, Cambodja in de negentiger jaren, en nu weer vanaf 2004 in Bosnië, en alweer in Congo en alweer met Unifil in Libanon. En nu ook in Mali. Het is maar een greep. Er zitten vast mensen onder u die daar of in andere regio's bij betrokken waren.

Als wij al die missies beoordelen, of ze nu in Europa, Afrika of Azië of het Midden-Oosten zaten en zitten, het zijn allemaal vredesmissies, missies ter ondersteuning van opbouw van politie, of de verdediging in die landen. Of toezicht houden op vredesovereenkomsten. Al die conflicten zijn terug te voeren op: wie heeft de macht? Gaat het daarbij om een volk, een godsdienst, een conflict van oudsher, of gaat het om de eigen identiteit, nationaliteit, of toch de machtsuitoefening over de ander?  Elk conflict wordt verklaard, maar dan altijd door de bril van nu. Vluchtig vaak, want journalisten hebben geen tijd, morgen is er weer een ander feit dat de aandacht vraagt.  

De complexe historische achtergronden, zoals bij de Koerden, of de volken van voormalig Joegoslavië, die terug te voeren zijn op het verre verleden, vragen zoveel inzicht, om alleen al het conflict zelf te doorgronden. En dán nog moet je de mensen doorgronden die er dagelijks midden in zitten, kortom, er kan vaak geen sprake zijn van oppervlakkig oordelen van goed of fout. 

Laatste  voorbeeld. Het langdurige conflict in Afghanistan. Het is een gebied dat letterlijk en figuurlijk ondoordringbaar is. Bijna onbereikbaar door de ligging, de bergen, het landschap. Om daar vrede te stichten tussen al de volken, steden, godsdiensten is bijna onbegonnen werk. De toenmalige Sovjet Unie is er op stuk gelopen, evenals de Verenigde Staten. Vredesmissies of speciale missies moeten de opstandelingen in bedwang houden. En de Taliban verslaan.  
Sinds 2001 zijn er 3284 militaire omgekomen uit diverse landen, uit Nederland zijn er 26 doden te betreuren. Uit de VS de meesten, 2200. 
Hoe dit conflict te verklaren, en hoe te kiezen? Ik heb er geen eenduidig antwoord op, maar wel is zeker, dat de  chaos die vaak in landen ontstaat, de anarchie, dat we daar als landen en volken gezamenlijk verantwoordelijkheid voor zijn gaan voelen en gezamenlijk optreden. Maar helaas; vrouwen, kinderen, ouderen in nog zovele andere gebieden in de wereld hebben toch ook recht op bescherming en toezicht? 

Door uw enorme inzet, plichtsbetrachting en verantwoordelijkheidsgevoel hebt u een grootse daad verricht. Analyses die nu plaats vinden over conflicten van destijds, mogen dan wel anders luiden, het mag nooit betekenen, dat we ons eigen optreden, ons eigen handelen, onze eigen besluiten om militairen  in te zetten, dat we daar de context bij weglaten en oppervlakkig gaan oordelen over wat toen goed of fout was. Dat is te gemakkelijk. 

Het menselijk leven van hen die omgekomen zijn in al die conflicten, en de mensen die het overleefd hebben en die dit verleden moeten verwerken, is daar te kostbaar voor".

Bearn Bilker
Burgemeester van Kollumerland c.a.

Direct regelen

Contactgegevens

Producten en dienstencatalogus

website noordoosthelpt.nl
link naar www.woneninkollumerland.nl



 

link naar www.vrijwilligwerken.nl